T(e)ring-t(e)ring

Er zit iemand te bellen. Leuk. Bellen in het openbaar vervoer is een hele oplossing wanneer je je verveelt omdat je te stom bent een boek te lezen. Dat telefoontje gun ik iedereen dan ook van harte. Maar het lijkt erop dat mensen zichzelf interessant vinden wanneer ze bellen. Alsof ze zichzelf bewijzen door te laten zien dat ze met mensen praten. En niet zachtjes hoor, want iedereen moet weten dat er gebeld wordt. En dat niet alleen, nee, iedereen moet weten waar die klotegesprekken over gaan! Over bezoekjes aan de huisarts, het weer, school, het avondeten, nichtjes van vage kennissen, maandverband, en al het irrelevante wat je maar bedenken kunt. Als je daar tegenover zit en je probeert iets te lezen, kun je vanaf het begin van zo’n gesprek toe leven naar het eind. Dat is dan ook wat ik – terwijl ik dit schrijf – doe. Het meisje, in mijn gedachten al benoemd tot ‘dat onophoudelijk kakelende viswijf’, wordt minder luidruchtig. Als een langzaam leeglopende fietsband neemt het volume van haar gesprek af, het einde lijkt in zicht. Op een gegeven ogenblik zie ik in mijn ooghoek haar telefoonarm langzaam naar beneden zakken. Ik slaak een zucht van verlichting. Het-is-voorbij. Voorbij! Een glimlach verschijnt op mijn gezicht en ik stort me weer op mijn boek. Ik kijk nog even op en zie tot mijn grote ontsteltenis dat ze al weer bezig is de volgende te bellen.

Geef een reactie

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log Out / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log Out / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log Out / Bijwerken )

Verbinden met %s


Follow

Get every new post delivered to your Inbox.